Ploegbaas Karel heeft het goed voor elkaar

De laatste iPad vindt een nieuw huis in Breda. Bij Karel Smolders (60). Karel wacht mij en bestuurslid Henk Wuijten op in zijn werkkleding, want hij moet om één uur aan het werk met zijn ploeg. Zijn vrouw is naar de tandarts dus Karel neemt de honneurs waar voor de koffie. Hij vertelt dat hij grondig onderzoek heeft gedaan of hij niet gefopt werd met de iPad. Ja, Karel gaat niet over één nacht ijs, dat wordt ons al snel duidelijk.

We hebben hier te maken met een fan van digitaal. Heerlijk vindt hij het dat hij tegenwoordig alles lekker online heeft staan. Hij heeft pas nog een hele papierwinkel opgeruimd. Zijn vrouw is wat minder digitaal, maar hij heeft een hele instructie voor haar gemaakt hoe ze online moet werken dus een kind kan de was doen.

Karel werkt al 34 jaar bij dezelfde baas, Dycore BV in Oosterhout. Hij had geleerd voor de wegenbouw, maar toen hij uit dienst kwam was daar geen werk. Zo kwam hij dus hier terecht. En hij werkt er nog steeds met veel plezier. Ze maken vloerplaten variërend van vijftig cm tot twintig meter, voor huizenbouw en kantoren. En het is megadruk want er komt veel vraag vanuit de bouw momenteel. Als voorman heeft hij zijn eigen ploeg van zes man. Een hecht clubje collega’s waar je op kunt bouwen en die wat voor elkaar over hebben. Er wordt nog wel eens gewisseld onderling tussen de ploegen maar Karel maakt zich er hard voor dat zijn ploeg bij elkaar blijft. Hij regelt alle administratieve zaken maar zit ook op de sjofel. Weer of geen weer, de ploeg buiten werkt bijna altijd door.

Het werken in ploegendienst begint hem wel steeds zwaarder te vallen nu hij ouder wordt. Het onregelmatige werken en soms de nachtdiensten. Je hebt een heel ander ritme. Dat zal nog wel wennen worden als hij over een paar jaar met pensioen gaat. Over dat pensioen heeft hij trouwens heel goed nagedacht. Toen ze de hypotheek lieten veranderen hebben ze gelijk alles laten uitrekenen. En er was al een spaarregeling die vrijkomt op 65 jaar. ‘Dat hebben we een jaar of elf geleden al geregeld. Ik wil straks wel blijven doen wat ik nu doe. En je moet niet alleen kijken naar je inkomsten maar ook naar allerlei uitgaven die meer en meer stijgen. Voor de zorg moet je ook steeds meer zelf betalen en dat moet je wel allemaal kunnen opbrengen.’ Karel denkt dat mensen te laat naar hun pensioen kijken. ‘Op het werk praten we er wel over en merk ik dat veel mensen niets geregeld hebben maar ook niets doen verder. Ook jonge mensen niet. Ik kan niet in iemands portemonnee kijken, maar zet iedere maand een paar tientjes weg als je jong bent. Daar merk je niets van en het levert straks heel veel op.’ Verstandige man, die Karel. ‘Dat komt ook door mijn vrouw,’ zegt Karel lachend. ‘Die is erg spaarzaam en hamert daar ook op. Gooi nooit iets over de balk!’

De tijd vliegt en Karel moet naar z’n werk en wil niet te laat komen. ‘Daar heb ik een bloedhekel aan”, zegt hij. ‘Lekker op m’n gemak de overdracht doen en geen gehaast.’ Dat blijkt best uitzonderlijk als ik hoor over ‘het Brabants kwartiertje’. Blijkbaar zit het in de Brabantse cultuur om bijna altijd een kwartier te laat te komen. ‘Maar Brabanders zijn ook harde werkers’, vult bestuurslid Henk aan, die zelf ook uit Brabant komt. En als ik naar Karel kijk, dan klopt dat zeker. Met de belofte dat hij het onderwerp pensioen en digitaal nog eens ter sprake zal brengen op het werk nemen we afscheid. Eenmaal buiten kijken Henk en ik elkaar aan met hetzelfde gevoel: Karel heeft het goed voor elkaar!