Het kan niet waar zijn!

Eind december stuurt Dominique Hendriks een mailtje door naar het werk van haar man Edwin met de opmerking: ‘Je moet hier ff naar kijken want volgens mij heb je wat gewonnen. Dat kan toch niet waar zijn…?’. Met al die nepmails tegenwoordig snap ik best de twijfel. Maar als hij me belt, kan ik hem toch echt feliciteren. Dus 14 januari breng ik samen met bestuurslid Yvonne Folkers een bezoek aan het piepkleine gehuchtje Herxen in de buurt van Zwolle.

Als burgers uit de grote stad wachten we braaf voor de voordeur, maar Edwin roept vanaf het erf ‘Kom maar achterom hoor, want de voordeur gebruiken we hier niet.’ Heerlijk dit! Edwin en Dominique wonen hier nog maar een paar maanden met hun twee jongens, midden tussen de weilanden in een leuk oud huis. De jongste van twaalf vindt het er helemaal geweldig, want die weet al jaren dat hij later veeboer wil worden. Edwin had vijf weken vrij genomen van de zomer om te klussen. Maar het werk viel mee, dus heeft hij zich maar op de tuin gestort. Vijftien aanhangers met afval en veel spitwerk in de bloedhitte van vorig jaar. Maar als het nu voorjaar wordt, kunnen ze gelijk genieten en beginnen aan de moestuin.

Edwin werkt sinds 2012 bij MBI. Eerst in de ploegendienst voor technisch onderhoud aan de machines, maar door ziekte kon hij dat werk niet meer doen. Zijn baas wilde hem niet kwijt en zag voor hem wel een mooie rol als werkvoorbereider. Een nieuwe rol binnen het bedrijf die hem op het lijf geschreven is. Edwin praat met veel passie over de ontwikkelingen in de producten die zij maken zoals print op steen. Alles kan tegenwoordig en architecten krijgen daar ook steeds meer oog voor.

Over architecten gesproken… De oudste van vijftien weet ook al wat hij wil worden: rijk en architect. Nou, dan wordt hem vast met de paplepel ingegoten wat voor mooie tegels je daarbij kunt gebruiken. En als ik hoor dat de hele familie Hendriks iets met de bouw heeft gedaan, dan zet zoonlief die traditie toch mooi voort. Trouwens, bouwen is ook iets wat Edwin zelf graag doet, maar dan in miniatuurvorm. Toen hij een periode ziek thuis zat, wilde hij toch wat om handen hebben en is hij begonnen aan een maquette van de Peperbus. Huh, de wat? We kijken hem verbaasd aan maar dan wordt al snel duidelijk dat de Peperbus voor Zwollenaren is wat de Martinitoren is voor Groningers en de Dom voor Utrechters. Vol trots haalt hij het bouwwerk tevoorschijn en mijn mond valt open. Wauw, wat is dit knap! Een bouwwerk van zo’n 70 cm hoog (schaal 1:100) met ieniemieniesteentjes van nog zo’n 2 mm. Edwin is er al vier jaar aan bezig maar heeft nog wel een paar jaar nodig om het af te maken.

Als het gesprek op pensioen komt, vertelt Edwin dat hij al bij verschillende werkgevers heeft gewerkt. Dus er zijn meerdere pensioenpotjes hier en daar. Maar Edwin realiseert zich dat het pensioen steeds dichterbij komt en dat je daar wel over na moet denken. ‘Veel collega’s doen heel zwaar werk en in ploegendienst en dat hou je gewoon niet vol tot je 68e.’ Zelf hebben ze wel extra voorzieningen getroffen, want hij wil straks net zo kunnen leven als nu. Het sparen is ze eigenlijk van huis uit meegegeven. ‘Er was vroeger nooit veel geld thuis, dus als je wat wilde moest je er zelf voor sparen.’ En dat principe geven ze hun kinderen nu ook mee. De toekomst ziet Edwin helder voor ogen. ‘Als het huis straks afbetaald is, waarom zou ik dan nog vijf dagen per week blijven werken?’ Inderdaad, genoeg te doen in die moestuin. En die Peperbus moet ooit ook een keer af komen...