Overlijden

Als uw werknemer overlijdt, zorgt het pensioenfonds ervoor dat zijn nabestaanden niet onverzorgd achterblijven. Een werknemer bouwt automatisch een bedrag op voor het partnerpensioen. De partner krijgt bij het overlijden van uw werknemer een maandelijkse uitkering. Ook de kinderen ontvangen bij het overlijden van uw werknemer een uitkering, tot hun 18e verjaardag. Studerende kinderen tot hun 27e verjaardag.

De partner van uw werknemer heeft recht op een uitkering van het partnerpensioen van het pensioenfonds vanaf de eerste dag van de maand waarin uw werknemer overlijdt. Het maakt niet uit of de partner een eigen inkomen heeft. Heeft uw werknemer het partnerpensioen gedeeltelijk uitgeruild, of is hij uit dienst of met pensioen gegaan, dan krijgt de partner een lager partnerpensioen.

Bij het overlijden van uw werknemer ontvangen de partner en/of de wezen automatisch een aanvraagformulier van het pensioenfonds. Hiermee kunnen ze eenvoudig het partner- en wezenpensioen aanvragen.

Een overlijden melden

Een overlijden moet altijd bij de burgerlijke stand worden doorgegeven. De burgerlijke stand geeft het overlijden automatisch door aan het pensioenfonds. Het pensioenfonds neemt dan contact op met de nabestaanden. Als het pensioenfonds een maand na het overlijden nog geen contact heeft opgenomen, dan kan het overlijden ook rechtstreeks bij het pensioenfonds worden gemeld.

 
print print icon