Eerder of later met pensioen

De wettelijke pensioendatum is de eerste van de maand waarin uw werknemer 65 jaar wordt. Eerder of later stoppen met werken kan ook. Dat kan wel gevolgen voor de uitkering van het ouderdoms- en partnerpensioen hebben.

Zes maanden voor zijn 65e verjaardeag ontvangt de werknemer van ons een formulier om pensioen aan te vragen. Stopt hij eerder, dan is het belangrijk op tijd contact met ons op te nemen.

Eerder stoppen met werken

Werknemers kunnen vanaf hun 55e stoppen met werken. Eerder met pensioen gaan, heeft gevolgen voor het inkomen. De AOW start immers pas bij 65 jaar.

Wanneer uw werknemer kan stoppen met werken, hangt onder meer af van zijn geboortedatum.

Geboren vóór 1 januari 1950
Geboren op of na 1 januari 1950

Later stoppen met werken

Een werknemer kan doorwerken tot uiterlijk de eerste dag van de maand waarin hij 70 jaar wordt. Werknemers die langer doorwerken, bouwen meer ouderdoms- en partnerpensioen op, mits zij in dienstverband werken. Hun pensioenuitkering wordt dan hoger, maar nooit hoger dan 100% van het laatstverdiende salaris.  

Deeltijdpensioen

Stoppen met werken kan ook stap voor stap, met het deeltijdpensioen. De keuze voor deeltijdpensioen staat minimaal voor een half jaar vast. Na een half jaar kan opnieuw worden bekeken of de werknemer het aantal uren dat hij nog werkt verder afbouwt of helemaal stopt met werken. Het is aan u om hierover afspraken te maken met uw werknemer.

Zolang de werknemer blijft werken, gaat de pensioenopbouw door. Over het salaris blijft u pensioenpremie inhouden en afdragen. Voor de dagen dat hij niet werkt, krijgt hij van ons pensioen. Het deeltijdpensioen stopt op de pensioenrichtdatum. Dat is de eerste dag van de maand waarin de werknemer 65 wordt.


 
print print icon