Pensioen
Elk jaar bouwt uw werknemer pensioen op over het gemiddelde salaris dat hij tijdens zijn loopbaan binnen de sector verdient. Dit noemen wij 'middelloonregeling'. Het pensioen, dat hij krijgt als hij stopt met werken, noemen we ouderdomspensioen. Uw werknemer ontvangt dit ouderdomspensioen vanaf de maand waarin hij 65 wordt. Het pensioen stopt bij overlijden.
Het pensioen kan bestaan uit de volgende onderdelen:
- ouderdomspensioen (vanaf 65 jaar - of eventueel eerder - tot overlijden)
- partnerpensioen (bij overlijden voor de partner)
- wezenpensioen (bij overlijden voor de kinderen tot 18 jaar, in bepaalde gevallen tot 27 jaar)
Dit is de pensioenregeling in het kort:
- alle werknemers van 21 jaar en ouder bouwen vanaf de eerste werkdag in de sector pensioen op over het gemiddelde van de salarissen. Dit noemen wij de middelloonregeling
- werknemers ontvangen het pensioen van hun pensionering levenslang, in maandelijkse termijnen
- werknemers ontvangen AOW als zij 65 jaar worden. Het pensioen gaat in principe ook in als zij 65 worden. Degenen die geboren zijn voor 1 januari 1950 kunnen gebruik maken van de Vut-regeling als zij aan de voorwaarden voldoen, anderen niet meer
- partner(s) en kinderen kunnen na het overlijden van de werknemer rekenen op partner- en wezenpensioen
- ieder jaar kijkt het pensioenfondsbestuur of de hoogte van de pensioenen kunnen worden aangepast. Deze verhoging noemen wij toeslag. Het is afhankelijk van de financiƫle positie van het pensioenfonds of het pensioen wel of niet wordt verhoogd