Partnerpensioen

Als u overlijdt, ontvangt uw partner een partnerpensioen van 70% van uw ouderdomspensioen. Onder ‘partner’ wordt verstaan:

  • uw echtgenoot of echtgenote
  • degene met wie u een geregistreerd partnerschap hebt
  • degene met wie u een notariële samenlevingsovereenkomst hebt waarin uw partner als begunstigde is aangewezen voor partnerpensioen

Daarnaast mag hij of zij geen bloed- of aanverwant zijn in de eerste graad. Bovendien moeten beide partners op hetzelfde adres bij de gemeente staan ingeschreven en ten minste een half jaar samenwonen

Bijzonder partnerpensioen

Gaan u en uw partner uit elkaar, dan heeft uw ex-partner recht op een deel van het opgebouwde partnerpensioen. Dit wordt bijzonder partnerpensioen genoemd. Bijzonder partnerpensioen wordt berekend over het ouderdomspensioen dat u hebt opgebouwd tot de beëindiging van de relatie. Uw ex-partner moet na uw overlijden de uitkering van het bijzonder partnerpensioen zelf aanvragen. Hebt u een nieuwe partner, dan krijgt uw nieuwe partner bij uw overlijden een partnerpensioen min het partnerpensioen van uw ex-partner.

Partnerpensioen uitruilen voor extra ouderdomspensioen

Hebt u geen partner of heeft uw partner zelf een goed inkomen of pensioen, dan kunt u het partnerpensioen tot drie maanden voor de pensioendatum (deels) uitruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Uw eventuele partner moet daar wel schriftelijk toestemming voor geven.

Ouderdomspensioen uitruilen voor extra partnerpensioen

Binnen deze pensioenregeling kunt u ook ouderdomspensioen uitruilen voor extra partnerpensioen. Het ouderdomspensioen wordt dan lager, maar daar staat tegenover dat uw partner recht heeft op een hoger partnerpensioen als u overlijdt. Hebt u eenmaal voor uitruil gekozen, dan kunt u dit later niet meer terugdraaien.

 
print print icon